Słownik ortograficzny holenderski

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

wegschrap



appliqueren
bemestingsnormen
bijzitterschap
blauwbek
condensvorming
dialectsprekend
fase
gastdocentschap
gerechtsdag
gistextract
grastennistoernooi
huurkazerne
investeringsbereidheid
kabeljauwvangst
koordschrift
mensa
misdaadbestrijders
moederbureau
opdrachthouder
papperig
pulseren
schoolblad
schuldbemiddeling
sleutelroman
terugvalt
vastgoedgroep
Verre
werkeenheden
witharig
wrijvingswarmte
zaterdag