Słownik ortograficzny holenderski

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

fase



afvoersok
berekeningsuitkomst
betaalbriefjes
crisisopname
deelperiode
enquête
experimentator
federaliseren
geschroefd
glimlachen
graal
hakbord
identiteitsdocumenten
kaakton
kolenwagen
kostendrager
kuilvoer
langsheen
leerweg
meeromvattend
mesjoche
Moederende
ondernemingsbeleid
oogkliniek
orgieën
paalbewoners
potentie
regiogemeenten
smartshop
stukmeester
verbitterd